K42 Anaga Marathon – De woorden

geenwoordenHet lukt niet. Ik probeer. Ik probeer hard, maar m’n lichaam volgt even geen orders. Woorden. In m’n hoofd zijn ze er. Hele verhalen zelfs, over alles wat ik onderweg heb gezien en gevoeld. Maar ze uitspreken is niet mogelijk. Een vette brok in m’n keel houdt alle woorden tegen. Joris en Arnoud moeten voor nu maar even genoegen nemen met een uithijgend, over een hek dubbelgevouwen lichaam, met daarboven een gezicht dat twijfelt tussen lachen of huilen. Het biertje dat ik aangereikt krijg doet de balans doorslaan naar lachen. In stilte. Woorden komen later wel.

Acht uur eerder, om 06:00 uur ‘s ochtends, schrik ik wakker van m’n alarm. De twee glazen wijn waarmee ik de avond ervoor m’n pizza wegspoelde hebben hun werk gedaan: ik ontwaak uit een coma. In het donker scharrel ik richting de keuken, bereid een bord yoghurt met havervlokken, amandelen en gedroogde vijgen, lepel het plichtsgetrouw naar binnen, en kruip weer in m’n slaapzak. Nog een uurtje rust. Om 08:20 uur dribbelen Iago en ik ontspannen richting de start. Een paar weken geleden, tijdens de Ruta del Gofio, ontmoetten we elkaar en in de korte conversatie die we toen hadden vertelde hij me dat hij in La Laguna woonde. Toen ik via MudSweatTrails op het laatste moment nog een startbewijs voor de K42 Anaga Marathon kreeg, met start/finish in La Laguna, was een logeeradresje dus snel geregeld! Iago is een snelle jongen en deze wedstrijd in zijn achtertuin is voor hem het hoogtepunt van het jaar. Nadat we elkaar in het startvak uit het oog verliezen, zie ik hem pas weer bij de finish. Hij wordt uiteindelijk 9e.

kuddeopgraatMijn laatste twijfels over de grootheid van de race verdwijnen wanneer ik om stipt 09:00 uur (dat zegt hier heel wat over de professionaliteit van de organisatie!) samen met 600(!) andere trailers onder de startboog door ren en we ons een weg wurmen door de met honderden toeschouwers gevulde straat. Herinneringen aan de Patrouille des Glaciers van afgelopen winter schieten door m’n hoofd. Wauw! Dit is gaaf! Vanwege een last-minute plasje loop ik achterin, ergens rond de 400e positie, en in die drukte is het goed uitkijken voor (bestokte) medelopers, verkeersdrempels en stoeprandjes. Maar ik voel me kalm en gefocust. De normaal altijd aanwezige stress van de start en het gevoel persé voorin te willen lopen, is afwezig. Mijn hoofd is zelfs zo rustig dat het me, temidden van het gedrang, opvalt en ik tijd en energie heb hierover na te denken: “Is het ontzag voor wat komt? Of dat ik denk dat ik dit niet kan en me daarom totaal geen illusies maak over een goed resultaat? Of misschien totaal onbewust en ongefundeerd vertrouwen dat ik dit wél kan en de meeste van de 400 poppetjes voor me nog wel inhaal? Het is immers nog 44km… Of is het gewoon dufheid door de wijn?” Zo tikken de eerste kilometers soepel weg, terwijl ik langzaamaan mensen begin te passeren. Kleine, gespierde mannetjes én vrouwtjes die me op de eerste steile helling nog hard voorbij dribbelden, lopen nu al te zuchten en steunen alsof ze dood aan het gaan zijn. (Gedurende de hele wedstrijd hoorde ik trouwens deelnemers waarbij de afwezigheid van een bloedspoor het enige bewijs vormde dat ze niet net uit een rampsituatie kwamen. Is dat iets Spaans? Of Zuid-Europees?) Zonder mezelf toe te staan me aan het gekerm te ergeren, dat kost energie, duw ik me met m’n Leki’s de volgende steile grashelling op. Door de regen van gisteren is het pad veranderd in een kleiige glijbaan, maar net ernaast gaat het prima. Bovenop kijk ik even goed om me heen. Het is hier in het noorden zoveel groener (want natter) dan in het zuiden. Het lijkt wel een ander eiland! Een voorzichtig zonnetje erbij. Heel mooi!

Boven me, tussen de laurierbomen door, hoor ik al het rumoer van de eerste verzorgingspost op km 7. Aangemoedigd door tientallen toeschouwers, “Venga Mietsjiel!”, laat ik de stukken banaan en meloen links liggen en loop gelijk het volgende smalle, glibberige paadje in. We zijn net onderweg, ik heb nog water in m’n bidon en de volgende post ligt al op km 11. Direct door dus. Het bos heeft iets tropisch-regenwoud-achtigs: dikke vettige bladeren, kronkelige stammen bedekt met mos, rode blubber. Alleen wat koeler. Hier op 700m hoogte een graad of 13-14 schat ik. Optimaal. Ik voel me goed. Sterk, fris en kalm. Bergop wandel ik en word ik soms voorbij gedribbeld, op de zeldzame vlakke stukken en bergaf haal ik mensen in. “Niet gek voor een Flachlander”, denk ik, blij met mezelf en met wat ik aan het doen ben. Ik heb werkelijk geen idee van m’n positie, ergens tussen 50 en 500 waarschijnlijk, maar het boeit niks. Ik loop soepel en ik geniet. Samen met Carlos, die ik nog ken van een eerdere race, begin ik te joelen als ineens de Teide recht voor ons opdoemt. Vers besneeuwd torent ze majestueus uit boven alles in de omgeving. Wat wil je nog meer?

landschapjeNa verzorginspost 2 gaat het 7km lang omlaag. Eerst relatief vlak over een breed bospad, later steil over een single track met cactussen aan weerszijden. Het verschil in snelheid tussen de lopers is hier groot, maar passeren vrijwel onmogelijk. Als we onderin een beekje oversteken denkt degene achter me grappig te zijn door me uit balans te tikken net als ik naar de volgende steen spring. Lekker, een kletsnatte poot… “Iet ies a zjoke, no?” Nadat ik hem in beschaafd Engels duidelijk heb gemaakt over een ander soort humor te beschikken, passeer ik hem op een plek waar dat precies niet kan en begin, enigzins opgefokt, aan de klim. Het lukt me vrij snel om m’n hoofd weer tot rust te manen en de negatieve energie om te zetten in stijg-energie. Op die manier vliegen de 4 km bergop voorbij en laat ik Carlos een eindje achter me.

Bij post 3 op km 21 neem ik een paar minuutjes. Bidon vullen, hapje banaan, bekertje cola, bekertje water, banaantje voor onderweg. Carlos komt er weer bij en samen met drie anderen duiken we de diepte in, naar Punta de Hidalgo, 7 km verderop het laagste punt van de race. Hoewel ik me nog steeds sterk voel, zijn de benen al wel gebruikt en de lange afdalingen dreunen in m’n knie. Om hier niet teveel op te focussen probeer ik, waar het terrein dat toestaat, om me heen te kijken. Weelderige groene vegetatie tussen rode en zwarte rotsen boven een felblauwe zee met witte golven. Bijzonder. In een treintje hobbelen we gemoedelijk richting kust, elkaar waarschuwend voor gladde passages en losse stenen. Ik bedenk me dat ik hier in m’n eentje waarschijnlijk harder omlaag was gegaan. Maar mijn compañeros zijn geen pannekoeken (inmiddels ben ik ervan overtuigd dat er meer mensen achter me lopen dan voor me. Misschien wel veel meer…) en zij weten, beter dan ik, dat vanaf Hidalgo de race pas echt begint. Een vlugge blik op het hoogteprofiel op m’n startnummer (Super handig! Hoogteprofiel met afstand en verzorgingsposten, ondersteboven geprint, zodat je het kan lezen als je je startnummer op je borst hebt. Nog nooit eerder gezien, maar zou iedere organisator moeten doen!) overtuigt me ervan dat ze gelijk hebben en dat dit eigenlijk perfect is. Krachten sparen in de afdaling, spieren proberen te ontspannen en dan vlammen omhoog. Maar de afdaling is lang en m’n knieën zijn er niet blij mee. “Even volhouden nog! Beneden bij de post staan Joris en Arnoud. Dat wordt een mooie ontmoeting!” Zij zijn vanochtend met een huurautootje richting noorden gereden, ik heb ze nog niet gezien, maar we hebben afgesproken elkaar op dit punt te treffen. Tijdens de laatste drie zware kilometers omlaag is dat een goeie motivatie.

blijonderwegDe race gaat hier pas echt beginnen, maar als ik de post nader voelt het meer als een finish! Veel juichende toeschouwers, een soort van fuik richting de cola en bananen, zelfs muziek. Licht euforisch steek ik m’n armen in de lucht en kijk om me heen, zoekend naar een bekend gezicht. Maar van m’n vrienden geen spoor… Heel eventjes voel ik me ontzettend eenzaam. Een rare sensatie. Ik ben hier juist omdat ik dat zelf wilde, alleen, bergrennen op een eiland, voor niemand anders dan mezelf. Dat m’n vrienden er zijn is een bonus, geen reden. Maar in de laatste 15 pijnlijke minuten is de ontmoeting met hen, nu, op deze plek, zo’n groot iets geworden, een doel, dat ik een paar tellen nodig heb om mezelf te vermannen. “Zul je zien dat ze het niet konden vinden…”, denk ik, terwijl ik teleurgesteld een boterhammetje wegkauw. “Nou ja, bij de finish dan hopelijk” en ik vertrek weer. Langs de haven, meer klappende toeschouwers, even geen andere lopers in de buurt. Dan, in een bocht, zie ik ineens Arnoud staan! Ik ren op hem af en omarm hem. Ontlading! Even verderop staat Joris met z’n camera, ook hij krijgt een knuffel. Na een snelle update over hoe ik me voel en de mededeling dat ik rond de 40e (“Huh…????”) plek loop, knal ik de laatste paar meter omlaag, naar de voet van DE klim. In de komende 10 km gaat het ongeveer 1000m omhoog. Iago vertelde me gister al dat als je hier nog relatief fit bent, veel posities te winnen zijn. De vorige 28 km heb ik, op de glibberige stukken en afdalingen, al wel profijt gehad van m’n stokken, maar deze helling is de reden dat ik ze al die tijd meegezeuld heb. Na de ontmoeting van zojuist voel ik me als herboren, dus als een jonge hond ga ik de berg te lijf, pompend met armen en benen en bereid heel diep te…BAF! Voor ik het door heb lig ik. 50 meter voor me draait Carlos zich bezorgd om en roept of ik OK ben. Na een snelle check van ledematen blijkt dit het geval. Mijn ledematen wel. M’n linker Leki ligt doormidden… Dat k#t-carbon! Als de situatie tot me doordringt moet ik lachen om mezelf, “Focus, sukkel!”. De nu nutteloze steunstok bevestig ik aan m’n heupband en zonder kunstmatige hulpstukken vervolg ik mijn weg. “Dit is eigenlijk ook hoe het hoort. Puur. Alleen de berg en ik, geen fratsen.”

OnderaanklimHet pad is steil. Sommige passages zijn meer klauteren dan lopen. Vet! Om niet te verzuren probeer ik kleine, efficiente bewegingen te maken, iets wat ik de afgelopen weken regelmatig geoefend heb. En het werkt. Ik stijg snel en relatief soepel en haal stoere mannen, hijgende en piepende stoere mannen, in. Op een rots waar veel toeschouwers met koebellen staan herken ik ineens het gezicht van mijn compañero uit de Ruta del Gofio. Tof hem hier te zien! En handig: ik geef hem mijn stokken en spreek af ze na de finish weer terug te krijgen. Halverwege de klim, op post 5, zie ik Carlos teneergeslagen bij een ambulance staan. Ik vraag hoe het met hem gaat, begrijp z’n antwoord niet, maar gebaar dat ie met me mee moet komen. Hij hobbelt een eindje naast me, maar geeft dan aan dat het niet lukt, dus we vervolgen onze eigen weg. Ik rennend, hij wandelend. De tweede helft van de klim is vlakker en veel minder technisch. “Ideaal terrein om met stokken omhoog te lopen”, spookt regelmatig door m’n hoofd, maar ik dwing mezelf hier de lol van in te zien en niet in een negatieve modus te komen.

Dat wordt lastiger. Ruim 35 km onderweg, het lichaam raakt vermoeid en het hoofd ook. Vaak lange stukken zonder medelopers in zicht. (Te) lange stukken zonder bevestigende lintjes of pijlen. Glimpen van verboden gedachtes die ‘Ver’, ‘Moe’, ‘Dorst’, ‘Pijn’, en ‘Waarom’ heten. Vooral die laatste. Een levensgevaarlijke metgezel die nu als een donkere schaduw met me meereist door het vochtige bos, maar zich steeds vaker even laat zien en elke keer dichterbij lijkt. “Niet vandaag, makker!” Ik zeg het hardop, zodat er geen twijfel over kan bestaan wie hier de baas is, en vis m’n tweede gelletje tevooorschijn. In tegenstelling tot alle voorgaande keren dat ik een lange race liep houdt m’n maag zich tot nu toe gedeisd. Omdat ik dat de laatste 8 km graag zo wil houden slurp ik het zoete snot niet in één keer naar binnen, maar neem ongeveer 2 km de tijd om ieniemini-lurkjes van de ellende meteen weg te spoelen met een klein slokje water. Ook dat werkt, en ‘Waarom’ kruipt weer terug in z’n stinkende hol, ongetwijfeld zinnend op wraak.

Op de top aangekomen minder ik amper vaart om een stukje meloen van de tafel te graaien en aan het laatste deel te beginnen. Onderaan de klim dacht ik dat een eindtijd van 5 uur tot de mogelijkheden behoorde. Nu zie ik dat dat krap wordt, heeeeel krap, en 500 m verderop is het onhaalbaar: een door overhangende planten onzichtbaar, supersmal blubberpaadje met losliggende ronde keien dwingt me tot voorzichtig naar beneden wandelen, in plaats van als een malle omlaag stuiteren. Daarna volgt nog een laatste klim van bijna 1 km, die ik voor het gemak even vergeten was. “Prima. Meer dan 5 uur dus. Vanochtend twijfelde ik al over 5,5 uur. Dit is meer dan mooi. En een goeie reden om volgend jaar terug te komen!” Het kamikaze-paadje wordt gevolgd door steil asfalt, maar dan slaat de route snel weer linksaf de heuvels in. Of, technisch gezien, de heuvels op. Ik haal nog wat mensen in die praktisch stilstaan in de tsjak. Er zijn vandaag al ruim 1200 mensen langs dit pad gelopen, eerst wij vanochtend, toen de deelnemers aan de korte afstand, en nu degenen die voor me lopen, waardoor het een zompige bedoeling is. Het voelt als thuis…

Maar aan al het goede komt een eind: bovenop ligt het pad er fatsoenlijk bij, ik weet nog wat snelheid te ontwikkelen en uiteindelijk gaat de blubber over in asfalt. Nu merk ik pas hoe diep ik vanochtend in gedachten verzonken was, want ik heb geen idee van de route. Ik herinner me vaag een viaduct, maar kan totaal niet inschatten hoe ver het vanaf daar nog is naar de finish. Mijn horloge geeft al ruim 43 km aan, officieel is het 44 km, maar ik hoor niks. Geen muziek, geen speaker. Dan, na bijna 45 km, draai ik de Patrouille-des-Glaciers-straat in. Er staat nog steeds (of alweer) veel publiek en nu is een licht euforisch gevoel gerechtvaardigd. Mensen groetend en kindjes low-fivend schuiven de meters als een film langs me heen. De drie startbogen zorgen nog even voor wat verwarring, maar ik blijf rennen totdat ook de laatste over me heen geschoven is en ik een medaille omgehangen krijg. Handen op de knieën, hijgen, blij. Ik kijk op en kijk recht in de camera van Joris. Ik loop op hem af en omhels hem. Ik wil hem mijn verhaal vertellen. Over alles wat ik onderweg heb gezien en gevoeld. Maar het lukt niet. Ik probeer. Ik probeer hard, maar m’n lichaam volgt even geen orders. Een hek. Arnoud met een biertje. Ik lach. Woorden komen later wel.

biertje

 

Nawoorden:
– Carlos finisht uiteindelijk ook. Wandelend. Respect!
– De foto’s bij dit verslag zijn gemaakt door Joris Schaap Fotografie
– Dank aan MudSweatTrails en La Sportiva voor de support
Uitslag
Strava-log

5 thoughts on “K42 Anaga Marathon – De woorden

  1. Marita

    Tjee, vent, wat een ongelooflijk prachtig en spannend verslag! Het is alsof ik zelf langs de kant sta om je toe te juichen en bij de finish was ík het toch die jou het biertje aan reikte, toch?!
    Wanneer verschijnt je eerste boek?

     
    Reply
  2. Jochem

    Waaauwwww, Broer, geniaal verhaal, waanzinnig typerende foto’s en heerlijke taal. Als de ‘waarom’ nog in z’n stinkhol ligt, heb ik een boodschap voor hem: ‘hierom’. Thanks voor deze.

     
    Reply
  3. Pingback: Fotograferen op Tenerife | Joris Schaap

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>